Uitspraken rechter

Dat werkgevers niet altijd hun zorgverplichtingen bij het werken op hoogte in acht nemen blijkt wel uit de volgende twee uitspraken.
 
Aankomend dakbedekker valt bij werkzaamheden in de bouw van acht meter hoogte - Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 201205/JA0660 -
 
Een aankomend dakbedekker van een Nederlands bouwbedrijf is bij werkzaamheden in Duitsland bij een arbeidsongeval betrokken geraakt. Toen hij op het dak van een minimaal acht meter hoog gebouw een kruiwagen over de dakrand wilde legen, is hij naar beneden gevallen en ernstig gewond geraakt. De rechtbank heeft de aansprakelijkheid van de werkgever aangenomen. In hoger beroep voert de aangesproken werkgever bij het gerechtshof allereerst aan dat hij voldoende veiligheidsmaatregelen had getroffen. Zo dienden de werknemers minimaal acht keer per jaar een zogeheten toolbox-meeting bij te wonen waarin veiligheidsinstructies werden besproken. Voorts werd de werknemer door een ervaren collega begeleid, voldeed het gebruikte materiaal aan alle eisen en waren tevens de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen getroffen. Ook beschikt het slachtoffer over de relevante veiligheids-certificaten. Het hof oordeelt echter dat de werkgever in zijn zorgplicht is tekortgeschoten. Zo was weliswaar dakrandbeveiliging aangebracht, maar daarin bevond zich een opening, bedoeld voor het ledigen van kruiwagens, van meer dan de wettelijk toegestane oppervlakte waardoor in strijd werd gehandeld met de door het hof aangehaalde Arbo-wetgeving. Ook stelde het hof vast dat ter plaatse van de opening niet de wettelijk voorschreven bovenleuning was aangebracht. Voorts verwerpt het hof het verweer van de werkgever dat onwaarschijnlijk en daarmee niet voorzienbaar was dat een werknemer van het dak zou vallen bij het legen van de kruiwagen. Het hof acht de mate van waarschijnlijkheid van het specifieke ongeval niet relevant. Het hof overweegt daartoe dat het risico van valpartijen in de bouwbranche groot is, om welke reden specifieke veiligheidseisen worden voorgeschreven. Nu het naleven van deze eisen het ongeval had kunnen voorkomen, is de werkgever aansprakelijk.
 
Productmanager valt van trap tijdens ophangen poster studiedag - Gerechtshof Den Haag 150305/VR0684 -
 
Een Nederlandse productmanager – genaamd ’t Mannetje - in dienst van een Nederlandse werkgever – Egemin BV – moest voor werkgever een studiedag in een zalencomplex in België verzorgen. De productmanager heeft tijdens werktijd in een presentatieruimte een door werkgever ter beschikking gestelde poster opgehangen. Hij heeft daartoe in het zalencentrum een kwaliteitsladder met anti-slipvoorziening geleend. Hij is zonder assistentie op de ladder geklommen tot ongeveer deurhoogte. De ladder is weggegleden, ten gevolge waarvan de productmanager is gevallen, waarbij hij zijn enkel heeft gebroken en arbeidsongeschikt is geworden. Het Gerechtshof oordeelt onder meer dat op de werkgever de verplichting rust om met de op te hangen posters ook een veilige huishoudtrap ter beschikking te stellen. Het hof weegt de kosten van een huishoudtrap af tegen de potentieel ernstige gevolgen van het gebruik van voor het beoogde doel of de gegevens situatie ongeschikt klimmateriaal. Met andere woorden, volgens het hof had de werkgever de werknemer niet op pad mogen sturen met alleen posters en plakband voor het optuigen van de presentatiestand, maar had de werkgever ook een veilig trapje mee moeten geven. De werkgever wordt daarom aansprakelijk geacht voor het bedrijfsongeval.
 
Terug naar werken op hoogte